Waarom ik je LinkedIn-uitnodiging niet weiger!

ElsmanTips en trics

“Ik heb een principe Edwin, ik accepteer alleen LinkedIn-uitnodigingen van mensen die ik echt heb gesproken.” In het algemeen kan ik principes wel waarderen, maar toen ik op zoek was naar een leverancier van Hubspot viel deze reactie van een potentiële leverancier me op. En hij zette me aan het denken, want het was een belangrijke reden dat hij niet in mijn lijst met potentiële leveranciers is beland. Robbert van den Heuvel (nee, hij betaalt hier niet voor) had er niet zo’n moeite mee en is het uiteindelijk geworden, maar het hield me wel bezig: waarom schiet iemand zich zakelijk in de voet vanwege dit principe? Is het echt zo – net als bij andere principes – dat je er op lange termijn toch voordeel uit haalt? Of is het misplaatste angst? Een ontzettend populair LinkedIn-blog van Richard van der Blom was voor mij een reden om er eens in te duiken. En van zijn artikel heb ik ook mijn titel gejat.

LinkedIn levert ‘leads’ op

“Waarom ik je LinkedIn-uitnodiging weiger!” Zo heet een (goede!) LinkedIn-blogpost van Richard van der Blom waarin hij aangeeft verschillende principes te hanteren bij het accepteren van LinkedIn-uitnodigingen. Zoals een half ingevuld profiel of het ontbreken van een foto. Wat me vooral opviel is de ‘engagement’ van het blog: bijna 5.000 likes en ongeveer 750 comments. Opmerkingen als “Iemand die niet even de moeite neemt om een motivatie te sturen is het niet waard om in mijn netwerk te zitten.”

Maar is dat wel zo’n slim principe? Zoals Richard al aangeeft, levert het hem klanten op als hij zo’n ‘luie linker’ vraagt om een motivatie: “Ja sorry, ik hoorde dat je goed werk levert. Koffie doen?” Zo beschouwd is het juist een voordeel dat iemand geen motivatie meestuurt, het biedt je een kans om wat schuldgevoel op te porren. En volgens mij zijn er meer redenen om niet te principieel te zijn bij het accepteren van LinkedIn-uitnodigingen. Even een overzichtje uit mijn workshop.

Zakelijke uitnodigingen anders dan privé-uitnodigingen

Dat je terughoudend bent bij het accepteren van uitnodigingen voor privé-netwerken als Facebook of Instagram, spreekt voor zich. Er duiken af en toe foto’s op die je ‘zakelijke imago’ behoorlijk kunnen verpesten en dankzij de mogelijkheid om iemand te ‘taggen’ zijn het vaak niet eens foto’s waar je zelf voor gekozen hebt die te delen. De eerste foto waarin ik op Facebook getagd werd, was op een feest; ik kon me dat deel van de avond niet eens herinneren. En ik ken iemand die direct zijn volledige Facebook-profiel verwijderde nadat vrienden hem in een carnavalsfoto van vroeger hadden getagd en hij reacties kreeg van zakelijke connecties die hij op Facebook had toegelaten.

Er zijn dus genoeg redenen om niet iedereen toe te laten op je privénetwerken, maar zakelijk? Op zakelijke social media plaats je zelf nooit foto’s van beschamende momenten en de kans dat een ander er jou te kakken zet, is klein. Dus dat afbreukrisico is verwaarloosbaar.

Toen ik enkele maanden terug een LinkedInner uit Marokko zonder foto en met een half profiel besloot toch te accepteren, vroeg hij direct daarna of ik op een congres in Marrakech wilde spreken. Na wat speurwerk bij Google ontdekte ik dat hij inderdaad bij een congresbureau werkte, dus het leek allemaal te kloppen. Als ik de xenofoob in mij de ruimte had gegeven, zou ik deze man niet eens geaccepteerd hebben en deze kans hebben gemist. Overigens heb ik nooit in Marrakech gesproken, maar dat terzijde. Dezelfde actie van een Braziliaan heeft me in 2013 via LinkedIn wél een mooi snoepreisje opgeleverd, naar Sao Paulo.

LinkedIn is schoon

“Mijn minderjarige dochter krijgt porno op haar timeline en jullie doen daar niets aan?” Toen ik de eerste reactie hoorde van Facebook op mijn melding dat iemand in haar netwerk ‘besmet’ was door een virus dat namens hem porno op de timelines van anderen plaatste, was ik nogal verbaasd : “Haar probleem”. Na mijn verontwaardigde tweede mail besloten ze toch actie te ondernemen, maar het verbaasde me wel: dit wil je als netwerk toch niet? En ook Twitter was blijkbaar altijd erg traag met het weren van leden die overduidelijk mensen aan het stalken en lastig vallen zijn. Verbazingwekkend gezien alle kansen op imagoschade.

Bij LinkedIn valt het me op hoe alert ze zijn: bij de – incidentele – gevallen dat iemand me spamt, kan ik vrij laagdrempelig een melding doorsturen en hoor ik vervolgens van deze persoon nooit meer iets. Het zal voor een netwerk wel vechten tegen de bierkaai zijn, al die spammers die continu nepprofielen aanmaken. Maar LinkedIn vecht wel tegen die bierkaai en dat kun je van andere netwerken niet zeggen. Dus mocht er een spammer in je LinkedIn-netwerk komen omdat je iedere uitnodiging accepteert, dan is die ook zo weer verwijderd.

Horizonverbreding

Zoals ik in een blogpost over de ‘filter bubble al eens heb verwoord, leven we in tijden dat we ‘dankzij’ de intelligentie van Google alleen nog maar informatie krijgen te zien die ons interesseert. Google weet wat ons boeit en schotelt ons dat ook voor. Erg handig, maar tegelijkertijd ook een risico. Want je krijgt op die manier niet langer mee wat anderen boeit en jou niet, zoals in mijn geval de prestaties van ‘bekende’ Nederlandse sporters. Het is voor mij een belangrijke reden om nog steeds de krant te lezen; ik had anders niet geweten wie Epke Zonderland is. Google houdt dankzij de ‘filter bubble’ die man ver van mij vandaan.

Als je heel principieel bent bij het accepteren van LinkedIn-uitnodigingen en alleen mensen accepteert die binnen je ‘filter’ passen – omdat ze bijvoorbeeld hetzelfde doen als jij – sluit je je af van interessante inspiratiekansen. Ik heb inmiddels veel HR-mensen in mijn netwerk die me hebben laten zien dat hun vakgebied steeds meer tegen mijn (marketing)vakgebied aan schurkt. Als ik te principieel zou zijn in het linken, was me dat misschien niet eens opgevallen.

Online netwerken is efficiënter dan offline

Ik heb zo’n vermoeden dat het principe ‘ik ben terughoudend bij het accepteren van LinkedIn-uitnodigingen’ nog stamt uit de tijd van vóór internet. Toen netwerken alleen nog mogelijk was op congressen, beurzen en borrels. Toen een netwerkcontactmoment nog relatief veel tijd kostte, elk ‘praatje’ kost je offline immers minimaal een kwartier. Heel anders dan die paar seconden waarin je iemand online een vraag kunt stellen of mededeling kunt sturen.

Ik hoor veel mensen zeggen dat ‘online nooit zoveel impact heeft als offline’ en daar ben ik het mee eens, maar online netwerken is wel veel efficiënter. Puur communicatief ben je online in staat om veel meer ‘relaties’ te onderhouden, maar ik geef toe dat het per contact minder impact heeft dan een gesprek bij de koffie of alcoholische versnapering. Dat is echter geen reden om bij je online contacten terughoudend te zijn: elk nieuw lid van je online netwerk kan je tijd kosten, maar het levert ook een zakelijke kans op natuurlijk. En aangezien de meeste mensen op LinkedIn alleen maar ‘gluren’, valt het met die extra tijd ook wel mee. Ze plaatsen zelf niets, maar ze zien wel wat jij plaatst. En dat kan je interessante kansen bieden, het maakt een offline ontmoeting ook sneller mogelijk.

“Dat wist ik al van je Edwin, ik had het op LinkedIn gezien.” Ik hoor het vaak offline: mensen waarvan ik al was vergeten dat ik met ze gelinkt was, die alles bekijken wat ik online deel. Het maakt mijn verkoopproces een stuk korter: mijn betoog over inbound marketing kennen ze wel “en ik geloof er ook in”. Het bespaart me een hoop tijd en levert veel op.

Iedereen die met mij wil linken is dus welkom, het maakt me niet uit of je profiel nog niet is uitgewerkt of dat je je foto nog niet hebt geüpload. Als je een spammer blijkt te zijn, heb ik je zo weer verwijderd. Maar vermoedelijk ben je gewoon een mens zoals ik, die probeert bij te blijven bij alle nieuwe ontwikkelingen. Die nog niet precies weet wat de mores zijn bij netwerken als LinkedIn. Dat je geacht wordt een ‘motivatie bij je uitnodiging te plaatsen’ bijvoorbeeld.

Komt allemaal goed, vroeg of laat zal iemand het je vertellen. Maar tot die tijd ben je welkom in mijn netwerk. Zullen we linken?

Bron: Marketingfacts.nl